Keto-acidose (bij kinderen)

Diabetische Keto-acidose (DKA) en Hyperosmolair Hyperglycemisch Non-Ketotisch syndroom (HNN) zijn complicaties die bij suikerziekte kunnen voorkomen, als er TE LANG GEEN of TE WEINIG INSULINE gegeven wordt. Alles bij elkaar over DKA en HNN.
Gesloten
Gebruikersavatar
Jeanne
...VETERINAIR... ....DIABETES..... ...CONSULENT...
...VETERINAIR... ....DIABETES..... ...CONSULENT...
Berichten: 19667
Lid geworden op: 18 sep 2005, 12:33
Locatie: Almelo - Mickey is over de Regenboogbrug maar kreeg ruim 8 jaar Caninsulin.
Contacteer:

Keto-acidose (bij kinderen)

Bericht door Jeanne »

Ketonen in de urine
Wat is keto-acidose
Een hyperglycemie, die gedurende een langere periode niet wordt behandeld, kan een keto-acidose
tot gevolg hebben. Door een tekort aan insuline of langdurig vasten wordt de glucose in het lichaam niet gebruikt als energiebron. In plaats van glucose gebruikt het lichaam dan de vetreserves voor verbranding van energie. Vetten worden afgebroken tot vetzuren en glycerol. De vetzuren worden in de lever omgezet tot ketonen en glycerol wordt omgezet in glucose.
Bij de verbranding van vet komen giftige stoffen vrij, zoals aceton, die het lichaam kunnen verzuren.
Men spreekt dan van keto-acidose. Het lichaam wil deze giftige stoffen kwijt raken door ze via de nieren af te voeren (uitplassen) of via de longen uit te ademen. De aceton is soms te ruiken in de uitgeademde lucht van uw kind.

Keto-acidose kan leiden tot een coma en moet direct behandeld en gecorrigeerd worden door meer vocht in te nemen en het toedienen van insuline.
Neem direct contact op met de dienstdoende kinderarts of kinderdiabetesverpleegkundige van het ziekenhuis.

Verschijnselen van hyperglycemie die kunnen leiden tot
keto-acidose

Verschijnselen:
• dorst
• slaperigheid
• veel plassen
• tintelende handen en voeten
• vermoeidheid
• droge tong
• wazig zien
• gedragsverandering, bijvoorbeeld druk gedrag


Hoe ontstaan ketonen?
Er zijn twee soorten ketonen namelijk de beta-hydroxiboterzuur en aceto-acetaat. Beiden kunnen in het bloed en in de urine gemeten worden.

Honger-ketonen
Bij gebrek aan voedsel (koolhydraten) is er weinig glucose in de bloedbaan. De insuline kan er dan niet voor zorgen dat deze in de cellen terechtkomt. Als ook alle glycogeenreserves (buffervoorraad van glucose) in de lever zijn opgebruikt zal het lichaam de vetreserves aanspreken om glucose en ketonen te maken. In de urine is de concentratie van glucose laag. Het bloedglucosegehalte is normaal.

Diabetes-ketonen
Diabetes-ketonen ontstaan door een gebrek aan insuline. De glucose blijft in de bloedbaan circuleren en kan niet in de cellen komen. Het lichaam zal de vetreserves aanspreken om glucose en ketonen te maken. Als het proces blijft doorgaan ontstaat er een ketonenverzuring ofwel keto-acidose. In de urine is de concentratie van glucose hoog. Het bloedglucosegehalte is verhoogd.

Meten van de ketonen
Met de ketonentest kan de aanwezigheid van ketonen in de urine worden aangetoond. De test wordt uitgevoerd door speciale strips in de urine te houden.

Wanneer ketonen in de urine meten?
Het meten van ketonen is nodig indien zich onderstaande problemen voordoen.
• bij braken;
• bij misselijkheid en buikpijn;
• als het bloedglucosegehalte binnen 24 uur drie maal hoger is dan 15 Mmol/l;
• bij een (acute) ziekte;
• indien uw kind zich niet lekker voelt zonder aanwijsbare oorzaak.


Hoe worden de ketonen in de urine gemeten?
Ketonen worden door middel van teststroken die in de urine worden gehouden aangetoond. Er zijn verschillende merken teststroken. Lees voor het gebruik de bijsluiter.

Enkele algemene opmerkingen:
• gebruik verse urine bij het meten;
• houdt de teststrook ongeveer één seconde in de urine;
• strijk de overtollige urine van het strookje af;
• na één minuut kan het teststrookje worden vergeleken met de kleurenschaal

Belangrijk bij het meten van ketonen in de urine is dat:
• ketonen + hoog bloedglucosegehalte = een tekort aan insuline
• ketonen + laag bloedglucosegehalte = een tekort aan eten (koolhydraten)

Uitslag van de test
De uitslag van de test kunt u aflezen door de teststrip te vergelijken met de kleurcode op de verpakking.

De uitslag kan dan zijn:
• negatief 0
• 1 +
• 2 + +
• 3 + + +

Hoe om te gaan met de uitslag van de test?
Uitslag negatief 0
Als de uitslag van de test negatief is, dan zijn er in de afgelopen uren geen ketonen gevormd en is er geen tekort aan insuline. Als het bloedglucosegehalte is verhoogd kan men de insuline dosering tijdelijk verhogen. Dit zal altijd in overleg met de kinderarts of kinderdiabetesverpleegkundige gebeuren.

Uitslag +
• Als de testuitslag een + aangeeft en er een verhoogd bloedglucosegehalte is, dan zijn er ketonen in de urine aanwezig. De hoeveelheid insuline moet dan verhoogd worden. Volg de richtlijnen
zoals beschreven bij een verhoogd bloedglucosegehalte. Zie hoofdstuk hyperglycemie.
Vaak wordt eerst de kortwerkende insuline verhoogd, dit heeft een sneller effect. Ook kan het aantal koolhydraten in de maaltijd worden verminderd. Daarnaast is het belangrijk om voldoende te drinken.
• Als de testuitslag een + aangeeft en het bloedglucosegehalte is normaal, dan is er een tekort aan voeding (koolhydraten). Er is sprake van honger-ketonen. Het is dan belangrijk om eerst te eten en dan insuline te spuiten.

Uitslag + +
• Als de testuitslag van ketonen in de urine + + aangeeft en het bloedglucosegehalte is bij de eerst volgende meting verhoogd. Dan kan men de kortwerkende insuline spuiten. Men geeft dan 0,1e Novo Rapid of Humalog® per kg lichaamsgewicht.
Bijvoorbeeld: als uw kind 25 kg weegt dan geeft u 2½e Novo Rapid of Humalog® extra.
• Als de testuitslag van ketonen in de urine + + aangeeft en het bloedglucosegehalte is laag, dan extra koolhydraten eten en insuline spuiten. Er is dan sprake van honger-ketonen.

Uitslag + + +
Is de uitslag van de teststrook + + + is, neem dan direct contact op de dienstdoende kinderarts van het ziekenhuis. Doe dit zeker als dit de eerste keer is. Afhankelijk van de oorzaak zal de arts de insulinedosering aanpassen.

Wanneer contact opnemen met het ziekenhuis?
• bij veel of herhaaldelijk braken;
• als de ketonen in de urine blijven stijgen;
• als het bloedglucosegehalte blijft stijgen ondanks het spuiten van extra insuline;
• bij twijfel of onzekerheid over de juiste behandeling van uw kind.

Bron: AtriumMC
Gesloten